Beste artikelen over veranderd gedrag

Een van de kenmerken van dementie is dat het gedrag verandert, en dat roept vragen en zorgen op. De best gelezen en gewaardeerde artikelen over veranderd gedrag gaan over agressie, hallucineren (wanen) en achterdocht. Deze artikelen helpen je om het gedrag van je naaste beter te begrijpen en ermee om te gaan. Daarom zetten we ze hier nu even in de etalage.

Informatie over agressief gedrag

Agressief gedrag komt voor in alle fasen van dementie. Je naaste krijgt steeds meer moeite met het uiten van wensen en behoeften. Die frustratie kan zichtbaar worden in agressief gedrag. Schelden, schoppen en slaan komen voor. Dat kan behoorlijk heftig zijn voor jou als mantelzorger. Hoe zorg je ervoor dat dit gedrag je niet persoonlijk raakt?

Omgaan met agressief gedrag van mensen met dementie

Je naaste met dementie heeft net als ieder mens behoefte aan comfort en rust, sociale contacten en prikkels. Alleen kan ze steeds minder goed haar wensen kenbaar maken en haar impulsen beheersen. Dat onvermogen kan tot uiting komen in agressief gedrag jegens jou en anderen in haar omgeving. Hoe ga je daarmee om?

Fysieke en verbale agressie

Agressief gedrag komt voor in alle stadia van dementie. Dat gedrag is niet persoonlijk bedoeld, maar een symptoom van de ziekte. Je naaste kan op onverwachte momenten beginnen te schelden of te dreigen. Ze kan lichamelijk geweld gebruiken en je knijpen, slaan, schoppen en bijten. Haar boosheid kan zich ook uiten in ongewenste intieme aanrakingen, driftbuien en ongeremde woede. Daar kan ze niets aan doen. Je naaste heeft geen controle over dit boze gedrag.

En die keer dat hij een mes pakte en zo voor me stond. Ik heb toen heel duidelijk gezegd: Wim, dit doen we niet. Hij schrok wel degelijk en was daarna heel verdrietig.

Elly (76)

Waar komt de boosheid vandaan?

Je naaste wordt geconfronteerd met haar eigen onvermogen en afhankelijkheid. Ze begrijpt situaties niet goed meer en kan ze dus niet meer goed beoordelen. Ze kan zich bedreigd voelen. Voor iemand die altijd goed voor zichzelf heeft kunnen zorgen, is afhankelijkheid vernederend. Agressie doet zich vaak voor tijdens de lichamelijke verzorging. Je naaste schaamt zich dan wellicht omdat ze niet meer zelf naar het toilet kan of zichzelf kan afdrogen na het douchen. Ook door angst- en paniekgevoelens kan ze van zich af slaan. Ze wil zichzelf dan beschermen.

Andere oorzaken van agressief gedrag kunnen zijn:

  • eisen en verwachtingen waaraan je naaste niet kan voldoen;
  • frustratie omdat eenvoudige taken niet lukken;
  • mensen die dichtbij haar komen zonder dat je naaste begrijpt waarom;
  • wanen en hallucinaties;
  • woede door verminderde impulscontrole.

Elke morgen is het een gevecht; ze wil niet in de taxi naar de dagopvang. Dan druk ik haar het busje in en zeg tegen de chauffeur: rijden. En ’s avonds komt ze vrolijk thuis. Dus ja…

Chris (68)

Wat kun je doen?

Als je met agressie van je naaste te maken hebt, kun je het volgende doen:

  • Lees de praktische tips voor het omgaan met agressief gedrag. Daarin staat hoe je het gedrag kunt voorkomen en wat je kunt doen op het moment dat je ermee te maken hebt.
  • Zorg voor een rustige, dagelijkse routine met voldoende beweging. Dat is belangrijk voor het gevoel van veiligheid en geborgenheid van je naaste.
  • Neem de tijd om uit te leggen wat er gebeurt. Praat met een zachte stem (maar niet op een betuttelende toon), spreek langzaam en gebruik korte zinnen.
  • Zorg goed voor jezelf en schroom niet om je huisarts of casemanager te raadplegen. Soms kunnen kalmerende medicijnen helpen.

Wat kun je beter laten

  • Je naaste kan niet goed tegen haast en ongeduld. Het gaat bij haar niet meer zo snel als je gewend bent. Wees dus niet te gehaast.
  • Je naaste alles uit handen nemen. Het is vaak goed bedoeld, maar daarmee bevestig je dat ze het niet meer zelf kan.
  • Jezelf wegcijferen. Blijf niet zitten met je vragen en zorgen, maar praat erover met familie, vrienden, de Alzheimer telefoon of via contact met lotgenoten. De Alzheimer telefoon is dagelijks bereikbaar via het gratis telefoonnummer 0800 5088 tussen 9.00 en 23.00 uur.
  • Denk vooral niet: het is nu eenmaal zo. Als het gedrag niet verandert, kan het nodig zijn om (tijdelijk) medicatie in te zetten. Lees vooral het artikel Medicatie voor gedragsproblemen bij dementie. In de patiënteninformatietool ‘Gedragsproblemen bij dementie’ lees je veel over gedragsproblemen en het inzetten van gedragsbeïnvloedende medicijnen (psychofarmaca).

 Informatie over achterdocht

Achterdochtig gedrag is voor veel mensen herkenbaar als een van de eerste veranderingen. Als je naaste de grip op de wereld kwijtraakt, kan zich dat uiten in achterdocht en wantrouwen. Je wordt als mantelzorger bijvoorbeeld beschuldigd van diefstal van de spullen die je naaste niet meer kan vinden. Hoe ga je daarmee om?

Omgaan met achterdocht veroorzaakt door dementie

Achterdochtig gedrag is een van de vroege symptomen van dementie. Omdat je naaste situaties niet goed meer kan inschatten, raakt ze in de war. Ze vergeet waar ze haar spullen heeft neergelegd en herkent mensen niet meer. Dat maakt haar argwanend en achterdochtig. Hoe kun je hier het beste mee omgaan?

Achterdocht

Iemand die de grip op de wereld verliest, kan makkelijk wantrouwend worden. Je naaste kan je gaan beschuldigen van dingen die je niet hebt gedaan. Bijvoorbeeld van diefstal, als ze iets kwijt is. Om te voorkomen dat jij steelt, kan ze dingen gaan verstoppen. En omdat ze de verstopte spullen daarna niet meer kan vinden, beschuldigt ze jou weer van diefstal.

In de beleving van je naaste is de verdenking volkomen terecht. Jij bent in haar ogen echt de persoon die steelt, overspel pleegt of samen met de buurman een complot tegen haar smeedt. Haar argwaan kan de zorg voor haar in de weg staan, omdat ze je handelen niet vertrouwt.

Wel tien keer per dag belde mijn schoonmoeder omdat ze weer iets kwijt was. En altijd beschuldigde ze mijn schoonzusje, die niet eens in de buurt was.

Inge (57)

Oorzaak van achterdocht

Voel je niet beledigd door de onterechte beschuldigingen. Probeer je voor te stellen hoe het is om steeds van alles kwijt te zijn en dingen niet meer te weten. Neem de gevoelens van je naaste serieus. Het helpt om de oorzaak van het gedrag te achterhalen. Welke factoren hebben invloed op het achterdochtige gedrag van je naaste? Als je dat weet, kun je gericht oplossingen bedenken om met het gedrag te verminderen en ermee om te gaan.

Achterdocht kan ook veroorzaakt worden door lichamelijke of psychische aandoeningen. Misschien gaat het gehoor of het zicht van je naaste achteruit, waardoor ze gesprekken niet meer goed kan volgen en dingen niet meer goed kan zien. Ze kan ook pijn, koorts of een blaasontsteking hebben en dat niet goed kunnen aangeven. Als je naaste in korte tijd veel achterdochtiger wordt, is het slim om de huisarts te raadplegen. Hij kan nagaan of de achterdocht veroorzaakt wordt door een lichamelijk probleem.

Kijk of je kunt ontdekken waar je naaste graag spullen neerlegt of verstopt. Zo weet je beter waar je kunt zoeken wanneer je naaste spullen kwijt is. Als ze vaak dezelfde spullen mist, kan het helpen om van bepaalde spullen een reservevoorraad aan te leggen. Op die manier tover je zo die bril, portemonnee of haarborstel weer tevoorschijn en kun je discussie vermijden.

Tips voor het omgaan met achterdocht

Dementie zorgt ervoor dat je naaste de grip op haar leven verliest. Doordat ze niet meer goed weet wat er gebeurt, kan ze achterdochtig worden. Dit zorgt voor onrust en kan onprettige situaties opleveren. We geven je tien tips om beter met het achterdochtige gedrag van je naaste om te gaan.

  1. Wanneer je naaste je onterecht van iets beschuldigt, is het niet gek dat je je boos, geïrriteerd of beledigd voelt. Maar als je deze emoties tegen je naaste uit, kan dit het wantrouwen vergroten. Voorkom dat je in een vicieuze cirkel terechtkomt. Probeer je te realiseren dat je naaste niet bewust achterdochtig is. Ga op zoek naar de oorzaak van het gedrag, zodat je kunt kijken of daarin een mogelijkheid zit om het wantrouwen te verminderen.
  2. Leg aan vrienden, familie en andere verzorgenden uit dat ze de beschuldigingen aan hun adres niet persoonlijk moeten opvatten. Je naaste kan er niets aan doen, maar het gevoel van haar is écht. Je kunt spanningen voorkomen door dit aan mensen uit te leggen en daarmee je naaste in haar waarde laten.
  3. Als er ook maar een kleine kans bestaat dat de beschuldiging van je naaste op waarheid berust, onderzoek die dan. Je naaste met dementie is extra kwetsbaar voor bedrog en diefstal. Het komt maar al te vaak voor dat mensen misbruik maken van deze situatie.
  4. Vertel je naaste rustig hoe het echt zit. Leid haar aandacht dan van het onderwerp af en stel haar gerust. Lukt dit niet, ga dan niet in discussie om haar te overtuigen van de waarheid. Je kunt beter haar ongerustheid bevestigen en beloven dat je je best zult doen om bijvoorbeeld het verloren object te vinden.
  5. Lichamelijke of psychische kwalen kunnen ook achterdochtig gedrag veroorzaken. Mogelijk heeft je naaste last van gehoorverlies, verstopping, infectie, koorts of pijn en kan ze dit niet goed aangeven. Vraag ernaar en schakel eventueel hulp van de huisarts in.
  6. Kijk of het lukt om met je naaste te spreken over het gevoel achter de achterdocht. Misschien herkent ze de buurman niet meer of is ze bang voor hem en is ze daarom wantrouwig.
  7. Activiteiten zoals muziek luisteren, wandelen, zingen, oude foto’s bekijken en gesprekken voeren met vrienden en familieleden, leiden af van de achterdocht.
  8. Lichamelijk contact kan je naaste een veilig gevoel geven, maar je moet dan wel zeker weten dat zij dit toe kan laten.
  9. Voorkom schaduwen en donkere hoekjes in huis. Een extra lampje helpt je naaste de weg te vinden.

Probeer de plekken te ontdekken waar je naaste het liefst spullen weglegt of verstopt. Een dagboekje bijhouden kan je daarbij helpen. Dat helpt ook om te kijken of er specifieke momenten zijn waarop het achterdochtige gedrag zich voordoet

Informatie over hallucineren

Naarmate de dementie vordert, neemt de kans op waanbeelden en hallucinaties toe. Voor je naaste met dementie zijn ze levensecht. Soms mooi, maar vaak beangstigend. Waar komen die beelden en geluiden vandaan? En, hoe ga je daar als mantelzorger mee om?

Omgaan met waanbeelden en hallucinaties van mensen met dementie

Naarmate de dementie vordert, neemt de kans op wanen en hallucinaties toe. Je naaste gaat dingen zien die er niet zijn of is er bijvoorbeeld vast van overtuigd dat haar portemonnee is gestolen. In haar beleving is dit allemaal echt. Het heeft geen zin om haar tegen te spreken of te ontkennen wat zij ziet. Omgaan met iemand die last heeft van wanen en hallucinaties, kan zwaar zijn.

Verschil tussen wanen en hallucinaties

Wanen zijn overtuigingen van bepaalde ideeën, die niet op waarheid berusten. Je naaste kan bijvoorbeeld overtuigd zijn van het idee dat zoekgeraakte spullen zijn gestolen, dat iemand op de televisie persoonlijk tegen haar spreekt of dat de persoon in de spiegel een vreemde is. Het kan ook dat ze jou herkent, maar denkt dat je een dubbelganger bent. Dit heet Capgras syndroom of dubbelgangerswaan. Mensen die deze stoornis hebben, herkennen personen, dieren en voorwerpen wel, maar niet hun identiteit.

Bij hallucinaties ziet, voelt, hoort of ruikt je naaste dingen die er niet zijn. Ze kan prachtige beelden of kleuren zien, maar ook heel angstige monsters. De plant in de vensterbank kan voor haar een agressieve kat zijn. Ze kan stemmen horen in haar hoofd of proberen de vogeltjes van het behangmotief te vangen.

Wanen en hallucinaties bij dementie houden rechtstreeks verband met geheugenproblemen. Als je naaste niet gelooft dat jij een kind van haar bent, beseft ze niet dat jij inmiddels veel ouder bent dan op die babyfoto’s.

Mijn man snapt niet waarom ik niet uit bed kom. Maar ik kan niet opstaan want er staat een kast. Die had hij daar niet neer moeten zetten.

Ida (69)

Zintuiglijke problemen en hallucinaties

Wees bij je naaste alert op problemen met het gehoor of het zicht. Problemen op deze gebieden kunnen bijdragen aan achterdocht, wanen, oordeelstoornissen en hallucinaties. Ook infectieziekten kunnen een rol spelen in het ontstaan van hallucinaties. Als je niet goed hoort, kunnen de stemmen in je hoofd zich erg op de voorgrond dringen. En met een slecht gezichtsvermogen zie je makkelijker dingen die er niet zijn.

Als je voor het eerst merkt dat je naaste hallucineert, neem dan zo snel mogelijk contact op met de huisarts. Zeker als bij de hallucinatie verschillende zintuigen betrokken zijn, bijvoorbeeld wanneer ze iets hoort én ziet wat er niet is. De hallucinaties kunnen veroorzaakt worden door een andere ziekte dan dementie, zoals een ontsteking of problemen met de lever of nieren.

Het is heel angstig, die narigheid in bed. Die hand, die ziet mijn vrouw niet, maar die grijpt me en dan moet ik soms zo hard trekken. Ik krijg dat gewoon niet los.

Mel (79)

Relatie met verschillende vormen van dementie

Wanen en hallucinaties komen voornamelijk voor bij matige tot ernstige dementie. Alzheimer tast het beoordelingsvermogen aan, waardoor je naaste fictie en werkelijkheid steeds moeilijker kan onderscheiden. Bij Lewy body komen wanen en hallucinaties vaak voor. Ze uiten zich wel in ‘levendig dromen’ waarbij je naaste in haar slaap begint te schoppen of te slaan.

Bij sommige mensen wordt eerst een psychiatrische diagnose gesteld. Een depressie, bipolaire stoornis of schizofrenie kan namelijk ook gepaard gaan met waanbeelden en paranoia. Soms blijkt dan later dat frontotemporale dementie de oorzaak is van deze symptomen.

Omgaan met waanbeelden en hallucinaties

Omgaan met waanbeelden en hallucinaties kan behoorlijk lastig zijn, Voor jezelf, maar ook voor je naaste. De wanen en hallucinaties zijn voor je naaste de werkelijkheid. Het heeft daarom geen zin om haar tegen te spreken of te ontkennen wat zij ziet of hoort. Probeer mee te gaan in haar belevingswereld en haar gevoelens te erkennen. Geef een verklaring voor wat ze ervaart, die in haar ogen logisch is. Heeft je naaste een mooie hallucinatie, kijk dan eens of je erin mee kan gaan wat ze ziet. Lees meer tips in het artikel Tips om goed om te gaan met waanbeelden en hallucinaties.

Het gebruik van medicijnen

Omgaan met hallucinaties en wanen is een pittige opgave. Zodra je merkt dat de zorg te zwaar voor je wordt, neem dan contact op met de huisarts of specialist. In het algemeen zullen zij proberen de wanen en hallucinaties zonder medicijnen op te lossen. Lukt dat niet, dan kan het soms nodig zijn om te kijken of medicijnen helpen. Het gebruik van bijvoorbeeld antipsychotica kan bijwerkingen hebben zoals spiertrekkingen en stijfheid. De arts zal deze bijwerkingen afwegen tegen de te verwachten effecten van de antipsychotica. Jij hebt in die afweging ook zeker een stem.

 

Bron; dementie.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to top