Hoe Hans zijn vrouw helpt om rustig te worden

Hans helpt zijn vrouw om rustig te worden voor het slapen. ‘Mijn voorstel om voortaan ’s avonds op bezoek te komen, viel in goede aarde.’
In het huis voor beschermd wonen waar jij verblijft, vinden dagelijks oefeningen in liefde plaats. Desalniettemin treffen we er ook dwarsigheden en stoutigheden aan. Het nut van het aan- en uitkleden en het innemen van medicijnen ontgaat jou. Jij begrijpt dat niet, wij als omstanders snappen op onze beurt niet goed waarom je zo weerspannig doet.
‘Onbegrepen gedrag’ heet dat dan. Weliswaar onbegrepen, maar de woorden en de klappen van de onbegrepene laten geen misverstand bestaan. Ze raken gevoelig. Zelfs goedwillende woonbegeleiders kunnen daar na verloop van tijd niet meer tegen, ze voelen zich machteloos. Ook bij jou loopt de spanning op. Van al deze voorvallen blijven vage, angstige indrukken hangen.
Mijn rol is kalmeren en vertrouwen bieden
Weliswaar is bekend dat onbesuisd gedrag regelmatig voorkomt bij jouw lotgenoten. Maar voor helpenden is het daarmee nog niet gemakkelijk. Mijn voorstel om voortaan ’s avonds bij je op bezoek te komen, viel daarom in goede aarde. Om de druk van de ketel te halen.
Nachtwacht
Zo zit ik nu ’s avonds na de cafeïnevrije koffie met jou samen naar rustige muziek te luisteren en te wachten tot de pillen hun kalmerende werking tonen. Na 21.00 uur begint het avondritueel daadwerkelijk. Mijn rol is kalmeren en vertrouwen bieden. De woonbegeleider doet ondertussen dingen die gedaan moeten worden. Stapje voor stapje wikkelen we gedrieën het proces af, in betrekkelijke harmonie.
Tot slot poets je zelf je tanden. Als alles klaar is, loop je automatisch naar je bed. Je haalt je benen binnenboord en draait op je favoriete zijde. De begeleider wenst je goedenacht en ik ga op mijn billen naast je bed zitten. Het licht gaat uit, bijna totale duisternis. Zelfs het nachtlampje is afgeschermd om prikkels uit te bannen. Alleen het suizen van de luchtbehandeling is te horen; af en toe kraakt er wat. Soms lijkt het of er een muis over de vloer trippelt. Op de kale gangen hoor ik in de verte nog de rammelende wasmachine en overleggende stemmen. Alle medebewoners liggen ook in bed.

Op ooghoogte zit ik naast je verlaagde bed, op de grond. Iedere avond volgen we hetzelfde draaiboek. ‘Wat is het weer een drukke dag geweest, hè?’ Dan prevel ik een kindergebedje: ‘Onder uw trouwe hoede, slapen wij lekker in’. Daarna herhaal ik beurtelings Onze Vaders en Weesgegroetjes, steeds bedaarder en zachter pratend. Ik hoor me zeggen: ‘Vergeef ons onze schuld‘. En ik denk: jou treft geen schuld voor je onbegrepen gedrag. En ja: jij bent voor mij de gezegende onder de vrouwen!
Mompelen biedt rust
Mijn mompelen biedt intussen rust. Je ademhaling vertraagt, je ogen dicht. Besef je eigenlijk dat ik nog steeds aanwezig ben? Mijn stem dempt, terwijl ik luister naar jouw stilte. Na een aantal minuten waag ik het om stukje bij beetje uit je gezichtsveld te verdwijnen. Geruisloos schuif ik op handen en voeten uit beeld. Als ik ver genoeg gevorderd ben, krabbel ik overeind, steeds luisterend of deze acties je aandacht trekken.
Je slaapt nu echt! Ik kan gaan. Eerst draai ik de bewegingsmelder nog om, zodat die de nachtwacht overneemt. Zachtjes doe ik de kamerdeur open, pak mijn jas en rugzak die al op de gang klaar stonden en meld me af bij de begeleider die ons kort daarvoor geholpen heeft. ‘Het is weer gelukt, zonder veel misbaar!’ En nu maar hopen dat het deze nacht verder rustig blijft.
Opgelucht stap ik op mijn fiets en rijd de donkerte in. Naar het huis waar ooit ons gezamenlijke bed stond.
Hans
Bon; dementie .nl






