Slaapproblemen en nachtelijke onrust bij dementie

Slaapstoornissen komen vaak voor bij mensen met dementie. Vaak draait hun dagen
nachtritme langzaam om. Ze zijn overdag suf en ’s nachts juist onrustig.
Hierdoor kunnen ze gaan dwalen. Slaapstoornissen ontstaan bijvoorbeeld doordat iemand met dementie:

  • overdag te veel slaapt en daardoor ‘s nachts niet kan slapen.
  • het verschil tussen dag en nacht niet meer kent.
  • niet meer zo actief is als vroeger en daarom minder slaap nodig heeft.
  • een depressie of een delier heeft.
  • te veel cafeïne en/of alcohol gebruikt.
  • overdag medicijnen krijgt die versuffend werken.
  • een ontregelde biologische klok heeft.
  • last heeft van lichamelijke problemen, zoals pijn, vaak plassen (door een urineweginfectie of plastabletten), depressie en honger.

DWALEN

Patiënten die dwalen hebben vaak oriëntatieproblemen. Ze vinden bijvoorbeeld, na een bezoek aan het toilet, in het donker de weg niet meer terug. Ook kunnen ze soms dromen en werkelijkheid niet uit elkaar houden.

TIPS hoe om te gaan met slaapproblemen en nachtelijke onrust:

ALGEMEEN

  • Een vast ritme ontwikkelen, waarbij u rekening houdt met het vroegere ritme van de persoon met dementie.
  • De persoon met dementie liever niet laten uitslapen of middagdutjes laten doen. Hij slaapt dan ’s nachts slechter.
  • Voldoende activiteiten en beweging overdag.
  • Met een arts overleggen of er eventueel geen lichamelijke problemen zijn.
  • Een arts raadplegen als het slaapprobleem zo groot is, dat u beiden niet meer aan uw nachtrust toekomt.

OMGEVING

  • Een goede temperatuur in de slaapkamer, een goed bed, een goed matras en voldoende frisse lucht.
  • Nachtlampjes of gedimd licht of looprouteverlichting zodat de persoon met dementie zich kan oriënteren als hij ‘s nachts wakker wordt.
  • Kleding voor de volgende dag nog niet klaarleggen. Dit kan verwarrend zijn.
  • Een verduisterend gordijn voorkomt dat het vroege ochtendlicht niet voor verwarring zorgt.
  • Een bedhek kan voorkomen dat de persoon met dementie uit bed klimt.
  • Traphekken kunnen een val van de trap voorkomen.

VOOR HET SLAPEN GAAN

  • Zorg ervoor dat de persoon met dementie ontspannen gaat slapen.
  • Laat hem voor het slapengaan niet meer te actief zijn.
  • Voor het slapengaan de rug en benen van de persoon met dementie masseren of laat hem een warm bad nemen.
  • Rustgevende muziek opzetten.
  • Zorg ervoor dat de persoon met dementie geen honger of dorst heeft, maar geef hem geen zware maaltijd.
  • Terughoudend zijn met koffie en alcohol. Alcohol als slaapmutsje kan helpen om in slaap te komen, maar men slaapt hierdoor meestal minder diep.
  • De persoon met dementie voor het slapengaan nog even naar het toilet laten gaan.

ALS IEMAND MET DEMENTIE NIET NAAR BED WIL

  • Op een vriendelijke manier aangeven dat het donker is en dat het tijd wordt om naar bed te gaan.
  • De persoon met dementie eventueel in een stoel laten slapen, als hij niet naar bed wil.
  • De persoon met dementie ‘s nachts laten opblijven en rondlopen in huis als dat veilig is en niet ten koste gaat van de nachtrust van anderen.
  • Hulp vragen voor de nacht als u zelf niet genoeg slaap krijgt of als de slapeloosheid van de dementerende te gevaarlijk is.

 

MEDICIJNEN

Als niets helpt en lichamelijke problemen zijn uitgesloten, kan de behandelend arts kortdurend slaapmiddelen voorschrijven.
Deze middelen kunnen echter bijwerkingen hebben. Kalmerende medicijnen kunnen voor een omgekeerd dag- en nachtritme zorgen.
Overleg met de arts over het gebruik van deze middelen.

Bron coaching Contour de Twern

Scroll to top